Biografie
Voor wie enige belangstelling zou hebben waar ik vandaan kom.
Ik doceer aan de Universiteit Gent een aantal vakken inzake buitenlandse politiek, met name de geschiedenis van de internationale betrekkingen vanaf het begin van de negentiende eeuw tot en met wat de dag van morgen brengen kan (misschien). Ik heb ook een vak over buitenlands beleid in België, bestemd voor de laatstejaars en voor wie zich wil voorbereiden op een diplomatieke loopbaan. Alle informatie over die vakken is te vinden op de website van de Vakgroep Politieke Wetenschappen. Sinds 2006 ben ik ook voorzitter van de Vakgroep.
Van 2002 tot 2009 was ik directeur van het programma 'Veiligheid & Global Governance' van het Egmont Instituut (Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen) in Brussel. Sindsdien blijf ik verbonden aan het Egmont Instituut als Senior Associate Fellow. Voor meer info hierover kan u terecht op de website van het Instituut.
Nu even terug naar de prehistorie. Na mijn studies aan de KULeuven (Germaanse Filologie) en mijn legerdienst, richtte ik in 1976, samen met André Van Halewijck, uitgeverij Kritak op. Omdat boeken van anderen uitgeven leuk is, maar ze zelf schrijven nog leuker, heb ik toen mijn eerste stappen gezet in de wereld van de eigen schrijfsels, ondermeer in Knack. En omdat het nog leuker leek om wat dichter te gaan staan bij de buitenlandse en de defensiepolitiek waar ik talloze bladzijden over had neergeschreven, liet ik mij zonder veel moeite door Louis Tobback overtuigen eerst naar het SEVI en vervolgens naar het kabinet van Guy Coëme, minister van defensie, te verhuizen. Dat was in 1988. De meest memorabele momenten: de val van de Berlijnse Muur, de door velen vergruisde Belgische afwijzing van de modernisering van de tactische kernwapens in NAVO–verband (maar wat uiteindelijk de enig juiste beslissing bleek te zijn), het begin van de hervorming van het Belgische leger, de implosie van de Sovjetunie en de Golfoorlog.
Nieuwe verhuis, vier jaar later, ditmaal naar het kabinet van de minister van buitenlandse zaken, achtereenvolgens Willy Claes, Frank Vandenbroucke en Erik Derycke. De geschiedenis was toen al aan het vertragen en het was vooral het Afrikadossier onder Frank Vandenbroucke en de nauwe samenwerking met ambtenaren en de diplomaten waar ik de beste herinneringen aan overhoud – wat, naar ik mag hopen, wederzijds was. Die ervaring heeft ongetwijfeld meegespeeld toen ik vervolgens België en zijn buitenlandse politiek, 1830–2000 (Van Halewyck, 2001) uitschreef.
Helmut Gaus, destijds decaan van de Faculteit Politieke Wetenschappen, had tussendoor reeds verscheidene keren getracht mij te verleiden om over te stappen naar de universitaire wereld met de bedoeling onderwijs en praktijk wat dichter bij elkaar te brengen. In 1995 slaagde hij in zijn opzet en zo begon dan mijn academische loopbaan.
De afgelopen jaren ben ik vooral bezig geweest met de studie van de ‘golfslagen’ in de wereldpolitiek en (de oorlog tegen de sensationele berichtgeving over) het terrorisme. Het tweede heeft zijn neerslag gevonden in het zopas gepubliceerde Jihadi Terrorism and the Radicalisation Challenge in Europe (Ashgate, 2008). Het eerste heeft – eindelijk – geleid tot De geschiedenis van de wereld van morgen (Van Halewyck, 2008). Over deze beide boeken vindt u elders in deze website meer informatie.
En als u nóg meer wil weten, dan is dit een leuk artikel... uit het leven gegrepen...


